Parkeren

Enkele jaren geleden, toen alles in het teken stond van 'koning auto', werd het aantal parkeerplaatsen sterk verhoogd om te voldoen aan de stijgende vraag van het autoverkeer. Gevolg: een groot aantal Brusselse wegen is momenteel verzadigd en de openbare ruimte is in veel gevallen aangetast.

Het aantal parkeerplaatsen is de voorbije jaren echter teruggebracht tot 264.199 plaatsen in 2014 (in 2010 bedroeg dat aantal nog 293.057). Die trend moet worden voortgezet, maar niet ten nadele van de buurtbewoners.

Het eerste gewestelijk parkeerplan en de gemeentelijke parkeeractieplannen waren een eerste stap, waarop nu een vervolg moet komen. Daarnaast is een gewestelijk parkeeragentschap opgericht. De gemeenten die dit willen, kunnen de controle en inning van het parkeren, de opvolging van de gemeentelijke actieplannen, de invoering van een fietsparkeerbeleid, enz. aan dat agentschap overlaten.

Het GPDO pleit ervoor:

•    het aantal parkeerplaatsen op de weg terug te brengen tot minder dan 200.000
•    20.000 parkeerplaatsen buiten de weg te creëren voor buurtbewoners

Hoe?
•    Door de buurtbewoners buiten de werkuren toegang te verlenen tot openbare en private parkings (gedeeld gebruik van het aanbod)
•    Door gebruik te maken van bestaande plaatsen die nog niet beheerd worden (parksharing)
•    Door nieuwe parkings aan te leggen buiten de weg
•    Door het aantal fiets- en motorparkeerplaatsen met 50% te verhogen
•    Door duidelijk te communiceren over het aanbod van openbare parkeerplaatsen door middel van een parkeergeleidingssysteem
•    Door een beter parkeeraanbod voor leveringen te ontwikkelen