Hoogbouw met respect voor het Brusselse landschap

Hoogbouw is een van de vormen van verdichting die we moeten toepassen om de bevolkingsgroei op te vangen. Hoge gebouwen bieden tevens de mogelijkheid om het imago van de stad op te waarderen en de Brusselse skyline (horizon) te versterken. 

In Brussel zijn er twee soorten hoge gebouwen: de hoogste bouwwerken, zoals de Zuidertoren en de Madoutoren, doorbreken het gemiddelde gevelprofiel en bepalen de grootstedelijke skyline. Het GPDO verwijst ernaar met de benaming ' gebouwen van gewestelijke omvang'. Andere hoge gebouwen vormen een schaalbreuk in hun directe omgeving, maar hebben geen invloed op de skyline. In het GPDO worden ze 'gebouwen van lokale omvang' genoemd.

Bij de vestiging van hoge gebouwen in Brussel moet rekening gehouden worden met een aantal essentiële regels, en dan vooral het behoud van uitzichten en vergezichten, zonder ze volledig te verstarren.

Daarbij is het nodig na te denken hoe de hoogbouw ingepast zal worden in de stad, in de wijk en op maat kan zijn van de gebruikers.

Bij het optrekken van hoge gebouwen dient men te streven naar uitmuntendheid en voorbeeldigheid, met bijzondere aandacht voor de volgende elementen:

  • de architecturale kwaliteit
  • hoge energie- en milieuprestaties
  • aandacht voor het microklimaat
  • een sokkel die fungeert als kwaliteitsvolle schakel naar de openbare ruimte en de wijk
  • beperking van de overlast op de lokale mobiliteit
  • een sociale en functionele mix en potentieel om de ruimten om te vormen
  • bijdrage aan het aanbod van voorzieningen in de wijk

Er zijn vijf assen afgelijnd voor afzonderlijke gebouwen van gewestelijke omvang:
•  De Middenring-West
•  het kanaal
•  de Kleine Ring Oost
•  de Middenring-Oost
•  het Woluwedal 

Er zijn zeven perimeters geselecteerd voor groepen van gebouwen van gewestelijke omvang:
•  Zuidwijk
•  Wetstraatwijk
•  Noordwijk
•  Heizel
•  Delta
•  de universiteitscampussen Erasmus en Woluwe