De ontwikkeling van het openbaar vervoer

Het gebruik van het Brussels openbaar vervoer is de voorbije jaren aanhoudend toegenomen (+19% op 5 jaar tijd), met 370 miljoen ritten in 2015.
Tegelijk is de reissnelheid van trams en bussen met meer dan 16 km/u gedaald.
Het GPDO beoogt die snelheid te verhogen, in het bijzonder op welbepaalde tram- en buslijnen.

Het komt erop aan verder te investeren in een verhoging van het vervoersaanbod van de MIVB door:

- Het bestaande netwerk te optimaliseren

•    Verbeteren van de reissnelheid en van de frequenties door de aankoop van bussen, trams en metrostellen en de aanleg van eigen banen voor de nieuwe lijnen, maar ook voor die welke nog onvoldoende afgeschermd zijn van het wegverkeer (het volledig en deels laten rijden op een eigen baan, beheer van de verkeerslichten, enz.)
•    Evolutie van de rij- en signalisatietechnologie

- Het metro- en premetronet op het Brusselse grondgebied uit te breiden

•    Uitvoering van het investeringsplan 2016-2025 van de MIVB
•    Aanleg van nieuwe infrastructuren met een hoge capaciteit (metro en tram)
•    Verhoging van de frequentie

- Het metro-, tram- en busnetwerk uit te breiden in het grootstedelijk gebied en overstapparkings aan te leggen in de rand

Iedereen is het erover eens dat de sleutels voor een optimale aanpak van de verkeersoverlast liggen in een betere samenwerking op grootstedelijk en federaal niveau (GEN, kilometerheffing, belasting op bedrijfswagens, enz.). Het is absoluut nodig overleg te blijven plegen en tot akkoorden te komen met de andere twee Gewesten en daarbij rekening te houden met de hoogdringendheid van de situatie.

Concreet beveelt het GPDO aan om:
•    In de rand 25.000 overstapparkeerplaatsen aan te leggen
•    Het volledige aanbod te integreren in één enkel netwerk (NMBS, De Lijn, TEC, MIVB)
•    8 nieuwe intergewestelijke tram- of metrolijnen aan te leggen
•    Een grootstedelijk busplan te ontwikkelen dat gebaseerd is op het bestaande aanbod